Zo gebruik je een bouwzeil
Een bouwzeil ophangen lijkt simpel. Toch gaat het daar vaak mis. Te strak gespannen, verkeerd gewicht gekozen of wind en water onderschat. Het gevolg: scheuren, uitgescheurde ringen en frustratie. In deze blog lees je hoe je een bouwzeil goed gebruikt, zodat het doet wat het moet doen en niet onnodig snel kapotgaat.
1. Kies het juiste gewicht voor jouw klus
Een bouwzeil kan veel hebben, maar alleen binnen zijn grenzen.
- 100g: tijdelijk gebruik, korte klussen
- 170g: middelzwaar gebruik, enkele maanden
- 250g: langdurig en zwaar buitengebruik
Licht materiaal is handig, maar niet bedoeld om maanden in weer en wind te hangen.
2. Bevestig slim, niet strak
Strak trekken lijkt logisch, maar is juist funest. Alle spanning komt dan op de randen en zeilringen te staan. Gebruik elastische spanners of spanrubbers. Verdeel de spanning over zoveel mogelijk ringen. Zo kan het zeil meebewegen zonder te scheuren.
3. Houd rekening met wind
Wind is vaak de grootste boosdoener. Een klapperend zeil slijt snel en trekt ringen en naden kapot. Gebruik voldoende bevestigingspunten. Vermijd grote overspanningen. Hoe rustiger het zeil hangt, hoe langer het meegaat.
4. Voorkom waterzakken
Een bouwzeil dat plat hangt, verandert bij regen in een zwembad. Water weegt zwaar en trekt het doek langzaam kapot. Span je zeil altijd schuin of maak een afvoer. Water moet weg kunnen.
5. Bescherm scherpe randen
Scherpe hoeken en randen zijn funest voor elk zeil. Leg iets zachts tussen rand en zeil, zoals karton, doek of een oude slang. Kleine moeite, groot verschil.












